Home


 Messier's
Waarneemlocatie

N 48 50' 55"   E 2 20' 39"

Charles Messier (1730-1817) heeft een catalogus nagelaten met 110 waarneemobjecten die elke (amateur)astronoom gezien wil hebben.
27 Januari 1991 is het eerste object in mijn logboek bijgeschreven en op 2 juli 2011 de laatste.
Ter afsluiting van het project heb ik in 2011 een bezoek gebracht aan de waarneemlocatie van Charles Messier; 'Hôtel de Cluny' te Parijs.
Deze gravure van Hôtel de Cluny  is van begin 19e eeuw. 

Hierop is de sterrenwacht nog te zien die in 1746 door Joseph-Nicolas Delisle, op eigen kosten, op het trappenhuis is gezet.

Helaas is deze er weer afgehaald. Wanneer dat verwijderd is kan ik niet achterhalen..
Hôtel de Cluny ligt aan de Rue de la Sorbonne in Quartier Latin.

Het is even puzzelen hoe we daar met de Metro kunnen komen.

Gelukkig komt Marjan er altijd uit.
We zien eerst het observatorium van de Sorbonne, een oude sterrenwacht, gelegen op het dak van de universiteit aan de rue Saint-Jacques. Onder de hoogste koepel staat een 153 mm telescoop met een brandpuntsafstand van 2300 mm (f15) . Deze telescoop is van de Société astronomique de France, de Franse KNVWS. Onder de lager gelegen koepel stond ooit het passage-instrument.





Aan de andere kant van dit complex ligt Hôtel de Cluny.
  Als je de hoek om komt zie je Hôtel de Cluny al.
In 1334 was het een herenhuis (hôtel) van de abten van Cluny. De bouw is misschien wel het meest opvallende voorbeeld van nog bestaande burgerlijke architectuur van het middeleeuwse Parijs. Hoewel oorspronkelijk bedoeld voor het gebruik van de Cluny abten, werd de residentie overgenomen door Jacques d'Amboise , bisschop van Clermont en de Abt van Jumièges. Jacques d'Amboise herbouwde het tot zijn huidige vorm in de periode van 1485-1500. Hij combineerde gotische en renaissance elementen. Het Hotel de Cluny is gedeeltelijk gebouwd op de resten van Gallo-Romeinse baden uit de derde eeuw (bekend als de Thermes de Cluny ) en die nog steeds kunnen worden bezocht.
Bewoner van het huis was onder ander Mary Tudor ,de zuster van Hendrik VIII van Engeland. Ze was hier geïnstalleerd na de dood van haar man Lodewijk XII door zijn opvolger Frans I van Frankrijk in 1515. Latere bewoners zijn Joseph-Nicolas Delisle en Charles Messier.
Joseph-Nicolas Delisle was een van de 11 zonen van Claude Delisle (1644-1720). Net als veel van zijn broers, volgde hij aanvankelijk klassieke studies. Al snel stapte hij over naar de astronomie. Hij studeerde onder het toezicht van Joseph Lieutaud en Jacques Cassini. Hij ging naar de Franse Academie van Wetenschappen als leerling van Giovanni Domenico Maraldi (1709-1788). Hoewel hij rijke familie had en een goede wetenschapper was, had hij niet veel geld.
Zijn leven veranderde radicaal toen hij werd gevraagd door de Russische tsaar Peter de Grote (1682-1725) om in Sint-Petersburg deel te nemen aan de school voor astronomie. Hij kwam aan in 1726, na de dood van de tsaar. Hij werd beroemd en rijk.  Dit maakte het mogelijk dat hij bij terugkeer in Parijs in 1747, zijn eigen observatorium kon bouwen op het trappenhuis van Hôtel de Cluny.  
Dit hôtel (herenhuis) is later beroemd geworden door Charles Messier .

Joseph-Nicolas Delisle
(1688-1768)
Als je de poort naar het binnenterrein betreedt zie je direct het trappenhuis waar eens de sterrenwacht op stond. Helemaal rechts is de ingang van het hôtel, nu museum. Links niet op de bovenste foto, maar wel op de foto hieronder, staat het oude klooster.
Aan de rechterkant van het trappenhuis is in de muur een prachtige zonnewijzer in het zandsteen  gegroefd.

Iets meer naar rechts, naast het raam waarvan je slechts een deel ziet, zit nog een zonnewijzer. Helaas is de laatste niet compleet.

De muren zijn bekleed met Sint-Jacobsschelpen, een vroeg Christelijk vruchtbaarheid symbool en guirlandes.
Boven: Een juweel van een zonnewijzer uit het jaar 1674. Deze zonnewijzer was er al 100 jaar toen Messier zijn waarnemingen begon.

Links de incomplete zonnewijzer.
Een oude waterput op het binnenterrein.
  Dit is de bovenkant van het trappenhuis waar eens de sterrenwacht stond. Het trappenhuis is toegankelijk via een buitendeur en via de lobby van het hotel. Helaas afgesloten voor publiek.

Charles Messier 1730-1817, hier +/- 40 jaar oud.
Messier werd  in 1730 geboren te Badonviller in de Lorraine regio van Frankrijk. Hij was de tiende van de twaalf kinderen. Charles' interesse in sterrenkunde werd gestimuleerd door de verschijning van de spectaculaire, grote zes staarten tellende komeet in 1744 en door een ringvormige zonsverduistering zichtbaar vanuit zijn geboortestad op 25 juli 1748.
In 1751 kwam hij in dienst van Joseph Nicolas Delisle , een astronoom van de Franse marine. Zijn taak was het administreren van zijn waarnemingen. De eerste gedocumenteerde waarneming van Messier was die van de Mercurius transit van 6 mei 1753.
Delisle was kinderloos en ontfermde zich over de jonge Charles die ook bij hem in mocht wonen. Hij bracht Messier zijn eerste astronomische vaardigheden bij.
Messier bleek een uitstekende waarnemer te zijn.

Admond Halley 1656-1742
Admond Halley, een Brits astronoom, berekende na bestudering van Newtons Principia, dat de komeet van 1682 weer te zien zal zijn in 1758. Hij voorspelde als eerste de terugkeer van een komeet.
 

Delisle, wilde de Parijse sterrenwacht de loef afsteken met waarnemingen vanuit zijn privé sterrenwacht op het trappenhuis. Hij hoopte dat zijn protegé de komeet als eerste zou vinden.
Hij berekende twee waarneemvensters waarin de komeet te zien zou moeten zijn. Messier kreeg midden 1757 opdracht de komeet daarin te zoeken.
Op 21 januari 1759 zag hij een zwakke gloed dat leek op een komeet die hij vorig jaar ook al had gezien maar toen niet binnen de door Delisle berekende vensters lag. Het was dé komeet! Als hij
eerder buiten de berekende waarneemvensters had gezocht had hij de komeet veel eerder ontdekt.

Later hoorde hij dat een Duitse amateurastronoom (J.G. Palizsch) hem voor was geweest. Hij had de komeet in de Kerstnacht van 1758 al ontdekt.

Messier 1 (M1) foto: gerard van den Braak
Messier stortte zich op het vinden van kometen en speurde als eerste systematisch de hemel af.  Hij zag, non- stellaire nevelachtige objecten, die zich niet zoals kometen aan de hemel verplaatsten. Dit zette hem telkens op het verkeerde been.

Zo dacht hij een nieuwe komeet gevonden te hebben in het sterrenbeeld Stier bij Zeta Tauri. Toen deze zich niet bleek te verplaatsen besloot hij dit lastige object te catalogiseren.  Hij gaf het object de naam Messier 1 (M1). Tegenwoordig weten we dat dit de Krapnevel is, een restant van de supernova van het jaar 1054.

Links de eerste pagina van de Messier catalogus.
Er zijn drie versies verschenen van de Messier catalogus.
V1: object 1 t/m 45
V2: object 1 t/m 68
V3: object 1 t/m 103

Objecten 104 t/m 110 zijn later toegevoegd.
Hier sta je dan op op historische grond voor een historisch pand.

Messier had in het geheel geen interesse voor sterren en nevels aan de hemel. Zijn belangstelling ging uitsluitend uit naar kometen. Het is dan ook bizar dat hij niet beroemd is geworden door zijn 14 komeet ontdekkingen maar met een lijst met voor hem verwarring gevende objecten. Deze catalogus wordt tot op de dag van vandaag gebruikt door elke amateur- en beroeps astronoom.
De catalogus bestaat uit:
- 28 open sterrenhopen
- 29 bolvormige sterrenhopen
- 40 sterrenstelsels
- 6   galactische nevels (wolken van stof en materie in spiraalarmen van melkwegstelsels)
- 4   planetaire nevels
- 3   ander objecten
Bijna al deze objecten zijn parels aan de hemel en kunnen waargenomen worden met eenvoudige apparatuur en soms zelfs met het blote oog.
In 1764 werd Messier fellow van de Royal Society , in 1769, werd hij opgenomen als buitenlands lid van de Koninklijke Zweedse Academie van Wetenschappen. Op 30 juni 1770 werd hij lid van de Franse Academie van Wetenschappen.
In 1770 huwde hij en betrok met echtgenote in Hôtel de Cluny een kamer, slechts enkele stappen verwijdert van het observatorium.
Zijn eerste catalogus verscheen in 1771.
In 1772 overleed zijn vrouw in het kraambed, 10 dagen later zijn zojuist geboren zoon.
Vanaf 1780, na verschijning van zijn 2e versie van de catalogus heeft hij geen systematisch zoektochten meer ondernomen.
Op 13 april 1781 deed hij zijn laatste (M100) cataloguswaarneming.
In 1781 kwam de derde en laatste versie uit. In datzelfde jaar liep hij zware verwondingen op na een val van een keldertrap. Pas na een jaar kwam hij weer op de sterrenwacht. Hij heeft de rest van zijn leven moeilijk gelopen. Toen de Franse revolutie in 1789 uitbrak werd het wel wat moeilijker voor de sterrenwacht.
De structuren van de Koninklijke Marine (zijn werkgever) werden ondoorzichtig, het onderhoud aan de sterrenwacht schortte op. Er moest overal op bezuinigd worden. Tegen 1793 waren die problemen weer wat opgelost.
In 1801 deed hij, op 71 jarige leeftijd, zijn laatste komeet ontdekking.   De rest van zijn leven teerde hij op zijn roem, die hem ook van het nieuwe regime (Napoleon) ten deel viel.
Zijn gezichtsvermogen werd steeds slechter en vanaf 1808 kon hij lezen nog schrijven. In 1817 kreeg hij ook nog waterzucht en overleed in 11 april 1817 op 84- jarige leeftijd.
Zijn naam leeft voort in:
- Messier catalogus.
- Twee kraters op de maan; Messier en Messier A.
-Planetoïde 7359 Messier (1996 BH), een planetoïde in de gordel tussen Mars en Jupiter ontdekt op 16 januari 1996 door Miloš Tichy op Klet.


foto: Gerard van den Braak
De Belgische Vereniging voor Sterrenkunde, de VWS, faciliteert o.a. het DeepSky log. Dit is een site waar iedereen zijn waarnemingen kan vermelden. Daarbij geef je ook je gebruikte apparatuur en de waarneem omstandigheden op. Er zijn ongeveer 200 waarnemers die daar aan deelnemen.
Elke geïnteresseerde kan gebruik maken van deze data base. Je kan er dan achter komen wat jij, met jouw apparatuur, zou moeten kunnen zien. Het is zeer informatief te lezen wat anderen gezien hebben van een object waarvoor je belangstelling hebt.

Bij het bereiken van je 25e  gelogde Messier waarneming ontvang je een bronzen certificaat, bij de 50e een zilveren en bij alle 110 een gouden.

De eerste 50 lukt vrij eenvoudig. Alle 110 objecten waarnemen kost best veel moeite. Sommige zijn alleen redelijk te zien als je wat zuidelijker in Europa bent.
Remedie: kijker mee op vakantie!
terug naar Home      terug naar menu    
© Gerard van den Braak